Een volk dat leeft, bouwt aan zijn omgevingsrecht
Dirk Van Heuven raakt een aardig punt waar hij de vraag stelt of de E17 anno 2012 nog wel gebouwd zou kunnen worden. Een soortgelijke vraag stelde de redactie van het blad Forum van VNO-NCW in 2007 ter gelegenheid van 75 jaar Afsluitdijk:
‘Stel dat we de Afsluitdijk zouden moeten realiseren onder de huidige wet- en regelgeving op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Stel! Zou die er dan nog kunnen komen?’
Na de grote overstroming van 1916 was het duidelijk: die dijk om de Zuiderzee af te sluiten moest er toch echt komen. Zestien jaar later was de Afsluitdijk gereed en werd de Zuiderzee IJsselmeer. Op 28 mei 1927 werd het laatste gat in de Afsluitdijk gedicht en de Zuiderzee het IJsselmeer. Ruim vijfduizend arbeiders klaarden de klus in vijf jaar, bijna drie jaar sneller dan verwacht. De ontwerper Cornelis Lely kreeg postuum een monument op de Afsluitdijk met daarop de spreuk ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’.
Forum besluit dat het kabinet wel een Afsluitdijk wilde bouwen, maar dat de Raad van State uiteindelijk een streep door de rekening zette. Er zouden onvoldoende dwingende redenen van groot openbaar belang zijn om van de zoute Zuiderzee een zoet IJsselmeer te maken. Heeft de overheid wel onderzocht wat het effect is van de werkzaamheden op de fauna van de Waddenzee? Onduidelijk is in elk geval wat het effect is van de nachtelijke belichting van de werkzaamheden op de algengroei. Ook de gevolgen van het onderwatergeluid van baggermolens op bruinvissen had volgens de Raad van State onderzocht moeten worden. Verder is vooralsnog onvoldoende hard gemaakt dat de voorgestelde compensatie in Friesland afdoende is volgens de eisen van de Habitatrichtlijn en dat er geen alternatieven zijn zoals dijkversterking. Forum besluit met de fictieve – maar in verband met de Tweede Maasvlakte m.m. wel gebezigde – overweging van de Raad van State: ‘De Afdeling acht in dit verband niet aannemelijk gemaakt dat nader onderzoek niet zou kunnen bijdragen aan het verkrijgen van meer duidelijkheid over de omvang en de gevolgen van de Afsluitdijk voor de te beschermen waarden van de Zuiderzee en de Waddenzee in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen.’
Het zou niet fair zijn om de Raad van State de schuld te geven. De rechter past immers het recht toe. Daar kun je het soms – of vaak – niet mee eens zijn, maar als de rechter zich aan de democratisch opgestelde regels houdt … In 2008 concludeerde de ministeriële Commissie Elverding al dat het totale proces van besluitvorming over infrastructurele projecten in Nederland veel stappen kent en lang duurt. Vertragende factoren liggen in de voorbereiding van projecten en de bestuurscultuur, in het besluitvormingsproces en in de juridische sfeer. Het kabinet heeft de juridische handschoen opgepakt met de Crisis- en herstelwet en de Omgevingswet, waarover ik uitgebreider heb geschreven in het verslag van het jubileumcongres van de VVOR ’20 jaar milieuvergunning’.
In het permanent maken van de Crisis- en herstelwet wordt onder meer voorgesteld om de rechter de mogelijkheid te geven niet alleen formele, maar ook materiële gebreken in een besluit te passeren als niemand daardoor wordt benadeeld. Het relativiteitsvereiste moet ertoe leiden dat beroep alleen mogelijk is als de wetgever dat zo heeft voorzien. Ook het beroepsrecht van overheden wordt ingeperkt. Als een besluit wordt vernietigd, hoeft een bestuursorgaan niet alle nog deugdelijk onderzoek opnieuw te doen. In bepaalde gevallen is er geen alternatievenonderzoek nodig in het kader van de milieueffectrapportage.
Op 9 maart 2012 heeft de inmiddels demissionaire regering de contouren geschetst van een nieuwe Omgevingswet waardoor tientallen wetten en honderden uitvoeringsregelingen kunnen vervallen. In die wet wordt de gebruiker centraal gesteld, wordt beter aangesloten op Europese wet- en regelgeving en geldt vertrouwen als vertrekpunt. De internetconsultatie heeft meer dan honderd reacties opgeleverd, veelal positief.
Onder de titel ‘Red de Omgevingswet’ schreef oud Milieuminister Ed Nijpels op 1 mei in Cobouw: ‘Het is niet te hopen dat met de val van het kabinet-Rutte een van de kroonjuwelen van deze regering op de lange baan wordt geschoven: de Omgevingswet. Het plan om regels voor ruimtelijke projecten te vereenvoudigen en te bundelen behoort tot de beste ideeën die deze wonderlijke gedoogcoalitie heeft voortgebracht.’ Hij acht de kans dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor de Omgevingswet controversieel zal verklaren gering. Ik steun hem van ganser harte.

Reacties
Nieuwe reactie inzenden