• Home
  • go to English version
VVOR - Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht
  • Over VVOR
  • Lid worden
  • Events
  • Opinies
  • Contact

De slangenkuil van de inspraak

Auteur: 
Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger

Onze verkrampte samenleving baadt in een ‘rien ne va plus’ sfeertje. ‘Je krijgt nergens nog een spade in de grond.’ ‘Elke investeringsplan wordt kapot bestudeerd en de verwende burger beschikt over een heel arsenaal aan beroepsmogelijkheden en rechterlijke wegen om via één of ander pietluttig foutje de boel plat te leggen en zijn individueel belang over het algemeen belang te doen zegevieren.’ ‘Ons land wordt gevangen door Not In My Back Yard of, nog erger, Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anyone reflexen.’ Klinkt bon ton, maar klopt niet.

Ten eerste worden er in Vlaanderen wel degelijk nog belangrijke investeringsprojecten gerealiseerd. Kijk maar naar de Diabolo verbinding tussen Antwerpen en de luchthaven, de Liefkenshoek-spoortunnel, de nieuwe inrichting van ons Schelde-estuarium met meer dan 1000 ha nieuwe overstromingsgebieden
en een diepere Schelde minder dan 10 jaar na de vorige Scheldeverdieping. Of neem nu de nieuwe Scheldebrug in Temse. Dat infrastructuurwerk werd voor het eerst principieel beslist in 2005 en werd in 2009 al opgeleverd. Ten tweede klopt het niet dat uitgerekend de wettelijke procedures op het vlak van milieueffectenbeoordeling, ruimtelijke uitvoeringsplannen, openbare onderzoeken en vergunningen voor gigantische lange doorlooptijden zorgen.

De formele procedures hebben doorgaans bindende termijnen en beslaan slechts een beperkt deel van de doorlooptijd in de realisatie van een maatschappelijk
belangrijk investeringsproject. Zo rekende de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning ons voor dat 50% snellere procedures tot slechts 5% snellere doorlooptijd leiden. Het leeuwendeel van de tijd wordt verspeeld in het informele voortraject, vaak door politieke besluiteloosheid of onverantwoordelijkheid.

In onze bestuurscultuur waar belegen besluitenplots via een ‘decide and defend’ aanpak worden doorgedrukt, zorgt onze end-of-the-pipe inspraak niet voor draagvlak maar voor onrust. Communicatiegoeroes zoals Noël Slangen zien er alleen maar een bron van verdeeldheid in. Zijn riant vergoede communicatieopdracht bij de BAM toont echter aan tot wat zo’n gesloten bunkermentaliteit leidt. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat zijn naamgenoot Donné Slangen die in Nederland de projectorganisatie ‘Sneller en Beter’ leidt en de procesarchitectuur van de besluitvorming rond grote investeringsprojecten bijstuurt, er heel anders tegenaan kijkt. Zijn ervaring – onderbouwd door de zogenaamde commissie Elverding – leert dat juist een veel bredere en ruimere inspraak en probleemverkenning vooraf, problemen achteraf vermijdt. Door in een vroeg stadium van de besluitvorming – bij de probleemverkenning – heel breed te gaan en de creativiteit van de samenleving te gebruiken om alternatieve oplossingsrichtingen in beeld te krijgen en de belangen van alle betrokken actoren helder te formuleren, krijg je betere besluiten die beter onderbouwd en breder gedragen worden. Liever deze inspraak aan de voorkant dan de inflatie van inspraak achteraf (rond de sectorale uitvoeringsplannen en vergunningen). Uiteraard moet dat breed participatie- en verkenningsproces in de beginfase gevoed worden door een goed onderbouwde strategische effectenbeoordeling (onder de vorm van een maatschappelijke kostenbatenanalyse) om inzicht te verschaffen in de maatschappelijke impact van de verschillende opties en hun nut en noodzaak. Dit om te voorkomen dat inzichtloze inspraak leidt tot uitzichtloze uitspraken. En om van inspraak echt een succes te maken, is het goed dat de insprekende partijen over enige ‘hindermacht’ beschikken en naar waarde worden geschat. Een ruimere inspraak vooraf mag dus niet leiden tot het afbouwen van de rechtsbescherming achteraf, want dan kunnen de insprekers aan de overlegtafel door met hun vuist op tafel te slaan er alleen maar enkele kruimeltjes van af doen vallen. Alleen door alle partijen serieus te nemen leidt inspraak tot samenspraak en tot een versterking van onze samen-leving.

Reacties

Drie opmerkingen Volledig

Ingediend door Peter Van Humbeeck op di, 02/03/2010 - 10:19.

Drie opmerkingen

  1. Volledig akkoord
  2. Vervang in de column het woord (investerings)projecten door regelgeving, vergunningen door decreten en strategische effectbeoordeling door reguleringsimpactanalyse, en de match met de problematiek van onze slechte regelgeving is perfect. Je bekomt immers wat o.a. de SERV al jaren aanklaagt: consultaties bij de voorbereiding van nieuwe regelgeving (of beleidsmaatregelen in het algemeen) gebeuren te laat in besluitvormingsprocessen, met korte deadlines, dikwijls enkel omdat het verplicht is, zonder veel feedback nadien. Het huidige regelgevingsproces is niet efficiënt georganiseerd en onvoldoende effectief, met verspilling van tijd, mensen en middelen voor gevolg. doordat ‘de juiste vragen’ niet ‘in de juiste volgorde’ ‘op het juiste moment’ worden gesteld, komen discussies over alternatieve beleidsopties vaak pas aan het eind van het besluitvormingsproces aan de oppervlakte, op het moment dat er al een helemaal uitgewerkte regeling voorligt. Dat leidt niet zelden tot ofwel grote vertragingen omdat er opnieuw moet worden begonnen, ofwel tot conflictsituaties waarbij de regering reeds gemaakte en vaak al gecommuniceerde keuzes niet meer in vraag wil stellen, ofwel tot problemen in de uitvoering (ineffectieve regelgeving, te hoge nalevingskosten enz.), met in het beste geval reparatiewetgeving voor gevolg. Dus: wat geldt voor investeringsprojecten en vergunningsprocedures, geldt evenzeer voor beleidsprojecten en de regelgevingsprocedure. Ook daar is anders en vroeger consulteren noodzakelijk. Die analyse werd echter al lang geleden gemaakt. Zonder bijzondere commissies. Alleen verbetert het er niet echt op. Hopelijk kan de dynamiek rond investeringsprojecten overslaan op regelgevingsprojecten.
  3. Mijn vrees is wel dat oplossingen – net zoals bij regelgeving - gaan gezocht worden in juridisering: dwz in aanpassingen van juridische procedures. Dat is o.a. het voorstel van het ‘Netwerk participatie’. Zij stellen een decreet voor als de te volgen weg naar een meer participatieve besluitvorming (zie www.netwerkparticipatie.be). Hun voorstel is een doodlopende straat. Zo’n decreet gaat het verschil niet maken. Het probleem is er immers een van cultuur en incentives (Ik verwijs naar Ambrose Bierce die in zijn ‘Devil's Dictionary’ uit 1906 consultatie al omschreef als: “To CONSULT, v.i. To seek another's approval of a course already decided on”), van houding, competenties en vaardigheden ook. Die kunnen niet per decreet worden gewijzigd. Meer nog: juridisering is dikwijls contraproductief omdat het maatwerk bemoeilijkt. Terwijl dat in besluitvormingsprocessen net essentieel is: elk besluitvormingsproces is uniek, waardoor ook de te volgen processtappen grotendeels context- en tijdsgebonden zijn en er telkens opnieuw een op mat gesneden procesplanning nodig is. Participatiemomenten, participatievormen, doelgroepen en onderwerpen voor participatie moeten afgestemd zijn op het vraagstuk in kwestie en op de beleidsruimte die er (nog) is. Juridisering lokt vooral formalisme uit. Het is een schijnoplossing. Oplossingen die ook in de praktijk verschil maken, vergen in de eerste plaats procesdenken in plaats van proceduredenken, en moeten zich richten op een aanpassing van de cultuur en de inventives. Dat vergt tijd, maar een betere planning van beleidsprocessen, benutting van de beschikbare kennis en een goede toewijzing van taken en verantwoordelijkheden kunnen al op korte termijn een groot verschil maken. Meer info hierover in een recente working paper op www.centrumwetgeving.be.

  • beantwoorden

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Geef de karakters in die u in de afbeelding ziet. (verify using audio)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.

VVOR
Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht vzw
Kortrijksesteenweg 1007
9000 Gent

extranet - sitemap - disclaimer - contact - site by 2Mpact